2009
fotocollage
formaat 70 x 100 cm

Oh de straten zijn niet mis

Een deel uit het gedicht 'I was walking to the end And then I came back', komt terug in deze fotocollage :


Oh de straten zijn niet mis.
Veel heen en weer bewegen, straatstenen tellen.
Je werpt een stiekeme blik.
Nog niemand heeft je gezien.
Wachtwoorden.

Terug gaan, ik ben vaak terug gegaan, maar het helpt niet.
Ik ben namelijk weggegaan.
Eén vooruit, één achteruit, daar heb ik lang over gedaan.
Ik wist het, met weten heeft dit niets van doen.
Dan zou het erg gemakkelijk overkomen.

Je bewandelt een weg, ook met straten heeft dit niets van doen.

Je komt aan op een plaats.

Altijd kom je weer ergens aan als je weggegaan bent.

Het bevalt je en je blijft.

Dit is geen besluit.

Van de ene dag op de andere ben je ergens.

Je loopt wat rond, spreekt mensen aan.

Misschien spreken ze zelfs een andere taal, die leer je dan. Of niet.

Je leest namen van straten, soms klinken ze je bekend in de oren.

Je bent er nooit geweest, niets correspondeert met het beeld.

Nu val je aan, het is nog onbekend. Façades gesloten. De binnenkant.

Je hebt het koud, verlangt nog meer.

Dit is het begin.

 

We leven met onze geheimen.

Een opstapeling van herinneringen en patronen.

Veel absolute momenten.

Het gaat voorbij.

Er is iets geweest, een leven lang achterhalen.

Geliefd omhulsel, soms herken ik je namen.

Je kent dat wel, je wordt omcirkeld, komt er dichterbij.

Je kijkt in de spiegel, raakt verontrust.

Scheve ogen, de een boven de ander.

Een detail, nog een woord andere naam

Iets hoort bij dit omhulsel.

 

Het is nog donker.

Het regent harder.

Geen jongens die buiten spelen, meisjes fietsen in de regen.

Het water is woest, spat op kale hoofden  zonder hoed.

Onverwacht is het laat in de middag geworden.

 

Ik stel mij voor ik doe mijn ogen dicht, en luister naar de geluiden van de stad.

Ik zie de lichten rood van rechts, wit van links, aanzwellende storm.

Mooi is dat.

Bewegingkjes op een klein oppervlak.

Je hecht eraan, zit er doodgewoon aan vast.

Veel ramen hier en vergezichten. Altijd wat anders.

 

Ria Roerdink