2009
fotocollage
formaat 70 x 100 cm

Hoe wij het water laten reizen

 

Hoe wij het water laten reizen

Hoog en al hoger

Samen met boten en mensen en honden die blaffen

En gaan en gaan

Totdat het water aan onze lippen staat

En de deuren opengaan om ons te bevrijden uit het harnas van staal

 

Het water spat uit elkaar

Het water suist en gilt als een slang

Een moment vertraagt de tijd

Staat stil

Laat los

Stormt verder

Duwt en draagt toch nog een bootje mee

Naar de andere kant

 

Totdat het slaapt

De deuren sluiten zich zachtjes in het vierkant

En sluiten opnieuw het water op

Voor een moment luisterend

Voor een moment wordt de last teruggelegd

Ontsnapt de schreeuw nog een keer

Aan het verval

 

Wanneer ik denk aan de ruisende velden

De geschiedenis van land naar water

Het werk aan het water, het werk aan de lijnen

Onwaarschijnlijke verhalen door het land getrokken worden

Meetbare gedachten:

Vele handen dragen de aarde

Dragen in eindeloze herhaling de leegte

Kom, voordat het water zich laat leiden

Naar andere verhalen

 

Zuivere handelingen zonder uitzicht

Totdat het gras de aarde de dieren verdwenen zijn

Nieuwe orde in chaos na verontrusting

Na jaren van onwetendheid

Naast elkaar verblijven

In de verte overleven en dan verder gaan

Nu stroomt in onpeilbare diepte het water

Naar onbekende landschappen.

 

Land dat vergaat land dat opgenomen wordt door het water

Het water dat dreigt en wordt gedragen

En schepen die stranden aan de randen

Het water dat stijgt zo is het water

En zich alsmaar beweegt snelheid in omhelzing

Om te ademen in onvertaalde landschappen

 

En de golven zwijgen op de grens

Achter de dijken een schip

Het geluid van een vliegtuigje

En de lijnen wijken voor het staal

Die leegte laat verdwijnen

 

Muren vallen en verrijzen

En vallen weer

Ritme van wat vertrekt en weer begint

Dreigend in zijn beweging stormt water naar het diepe

Gespleten land

Vuur en water branden dieper in de monden

 

Lange wegen voor de reis van vreemdelingen

Ongemerkt wordt men opgesloten

De leegte in opgetild en uitvergroot

 

En de meeuw fladdert

Nog een keer ontkomen

Terwijl de hond blaft

En de schepen verdwijnen

 

Ria Roerdink