2008
staal kunststof hout hoogglanslak purschuim
5.00 x 1.50 x 2.75 m
(l x b x h)

De Boot

De Boot is een kunstwerk dat is ontstaan naar aanleiding van de verhoging van de sluizen bij Weurt. Hiervoor is het kunstproject ‘Sluiswerken’ opgezet.
De monumentaliteit van de sluizen en de kracht van het water, de ingenieuze wijze waarop deze krachten zo verdeeld zijn dat men in staat is deze te beheersen en er tegelijkertijd door wordt beheerst; de inbreng van de menselijke maat.
De boot en de figuur, die zich als het ware voortbeweegt in de boot, zijn beschilderd met een tekst, een gedicht dat verhaalt over ‘het reizende water’. De boot zweeft boven de aarde. Onverzettelijk staat de menselijke figuur in de boot.

 

Hoe wij het water laten reizen
Hoog en al hoger
Samen met boten en mensen en honden die blaffen
En gaan en gaan
Totdat het water aan onze lippen staat
En de deuren opengaan om ons te bevrijden
uit het harnas van staal

Het water spat uit elkaar
Het water suist en gilt als een slang
Een moment vertraagt de tijd
Staat stil
Laat los
Stormt verder
Duwt en draagt toch nog een bootje mee
Naar de andere kant

Totdat het slaapt
De deuren sluiten zich zachtjes in het vierkant
En sluiten opnieuw het water op
Voor een moment luisterend
Voor een moment wordt de last teruggelegd
Ontsnapt de schreeuw nog een keer
Aan het verval

Wanneer ik denk aan de ruisende velden
De geschiedenis van land naar water
Het werk aan het water, het werk aan de lijnen
Onwaarschijnlijke verhalen door het land getrokken worden
Meetbare gedachten:
Vele handen dragen de aarde
Dragen in eindeloze herhaling de leegte
Kom, voordat het water zich laat leiden
Naar andere verhalen

Zuivere handelingen zonder uitzicht
Totdat het gras de aarde de dieren verdwenen zijn
Nieuwe orde in chaos na verontrusting
Na jaren van onwetendheid
Naast elkaar verblijven
In de verte overleven en dan verder gaan
Nu stroomt in onpeilbare diepte het water
Naar onbekende landschappen.

Land dat vergaat –
land dat opgenomen wordt door het water
Het water dat dreigt en wordt gedragen
En schepen die stranden aan de randen
Het water dat stijgt – zo is het water
En zich alsmaar beweegt – snelheid in omhelzing
Om te ademen in onvertaalde landschappen

En de golven zwijgen op de grens
Achter de dijken een schip
Het geluid van een vliegtuigje
En de lijnen wijken voor het staal
Die leegte laat verdwijnen

Muren vallen en verrijzen
En vallen weer
Ritme van wat vertrekt en weer begint
Dreigend in zijn beweging stormt water naar het diepe
Gespleten land
Vuur en water branden dieper in de monden

Lange wegen voor de reis van vreemdelingen
Ongemerkt wordt men opgesloten
De leegte in opgetild en uitvergroot

En de meeuw fladdert
Nog een keer ontkomen
Terwijl de hond blaft
En de schepen verdwijnen

Ria Roerdink